Leren rekenen plus- en minsommen

Gepubliceerd op 13 januari 2022 om 09:59

Rekenstrategieën optellen en aftrekken – minder is meer

Ze zit in groep 7. Ze kan vermenigvuldigen. Ze snapt breuken. Maar als je haar vraagt hoeveel 8 + 6 is, telt ze op haar vingers.

Dat is geen uitzondering. Het is een patroon.

Leren rekenen plus- en minsommen

Optellen en aftrekken tot 100 is de basis van bijna alles wat daarna komt. Als die basis niet automatisch gaat, is er te weinig ruimte in het werkgeheugen voor de rest. Niet omdat het kind niet slim is — maar omdat het nog steeds rekencapaciteit kwijt is aan iets wat allang automatisch zou moeten gaan.

Hoe komt dat?

Te veel strategieën, te weinig tijd

In de onderbouw worden kinderen in korte tijd veel verschillende strategieën aangeboden. Splitsen, aanvullen tot tien, doortellen, verliefde getallen, omkeringen. Allemaal zinvol — maar niet allemaal tegelijk.

Voor veel kinderen geldt: voordat de ene strategie echt begrepen is, staat de volgende al op het bord. Ze leren de strategie als trucje, zonder dat ze begrijpen waarom het werkt. En trucjes vergeten ze.

Het idee achter al die strategieën is goed — je wilt kinderen inzicht geven en ze via meerdere routes naar een goed antwoord laten komen. Maar voor een grote groep kinderen werkt het andersom: eerst automatiseren, dan strategieën begrijpen. Als ze de som al kennen, snappen ze ook wat er uitgelegd wordt. Als ze hem nog niet kennen, horen ze alleen maar woorden.

Materiaal heeft een functie — en een einddatum

Rekenrekjes, MAB-materiaal, vingers, tekeningetjes — allemaal prima zolang ze helpen om te begrijpen wat er bij optellen en aftrekken gebeurt. Dat begrip is de basis. Zonder begrip heeft automatiseren geen zin.

Maar zodra een kind begrijpt wat er gebeurt bij erbij en eraf — zodra dat kwartje gevallen is — heeft het materiaal zijn werk gedaan. Dan moet het weg.

Want kinderen die eindeloos met materiaal blijven werken, gaan niet abstraheren. Ze leren die sommen niet uit hun hoofd. Ze blijven afhankelijk van het rekenrek, de vingers, de tekening. Sommige kinderen maken die abstractiestap vanzelf, ongeacht wat je aanbiedt. Maar juist voor de kinderen die die stap niet vanzelf maken is het belangrijk dat het materiaal op tijd verdwijnt. Zij hebben geen rekenrek nodig. Zij hebben herhaling nodig.

Sommen tot 20: gewoon kennen

Aan het einde van groep 3 zouden kinderen de sommen tot 20 uit hun hoofd moeten kennen. Niet via stapjes. Niet met een tekening erbij. Gewoon kennen.

Het zijn er ook niet zo veel. Het is te doen. Maar dan moet het wel de prioriteit zijn — en dat is het in de praktijk lang niet altijd.

Wat helpt is één goede strategie consequent aanleren, net zo lang oefenen tot hij automatisch gaat, en dan pas verbreden. Niet vijf strategieën naast elkaar, maar één goed.

 

De sprong door het tiental

Als er één plek is waar het structureel misgaat, is het de sprong door het tiental. 8 + 6. 13 - 7. Sommen waarbij je door de tien heen moet.

Kinderen die dit niet beheersen lopen hier tot in groep 8 tegenaan. Bij vermenigvuldigen, bij breuken, bij redactiesommen — overal. Niet omdat ze de stof niet aankunnen, maar omdat die ene basisvaardigheid nooit goed ingeslepen is.

Dit verdient gerichte aandacht — vroeg, en consequent. Niet als losse oefening, maar als vaste dagelijkse herhaling totdat het echt automatisch gaat.

 

Wat helpt

Eén strategie goed aanleren en net zo lang herhalen tot hij automatisch gaat. Dan pas verbreden.

Materiaal gebruiken zolang het begrip opbouwt — en dan weghalen.

Sommen tot 20 prioriteit maken. Niet oeverloos met hulpmiddelen, maar gewoon kennen.

En de sprong door het tiental apart aandacht geven — want als die niet zit, blijft alles daarna moeizaam.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.